vrijdag 1 juli 2011

Toegevoegde waarde in de Academie

Onlangs mocht ik de eerste Valorisatieprijs uitreiken (zie www.tilburguniversity.edu/nl/samenwerken/advies-en-dienstverlening/valorisatie/valorisatieprijs). Bij die gelegenheid heb ik enkele opmerkingen gemaakt over de manier waarop waarde kan worden toegevoegd in de Academie. Of anders geformuleerd: op welke wijze kunnen we ons onderscheiden in het universitaire krachtenveld?
Ik heb vier punten genoemd.
Allereerst gaat het om onderzoek dat vernieuwend is, veelal uitmondend in publicaties die iets toevoegen aan het al bestaande arsenaal aan kennis en inzichten. Daarover zal weinig controverse bestaan; het onderzoek vormt de basis van een universiteit. Hoewel naar mijn stellige overtuiging niet voor alle publicaties die verschijnen kan worden volgehouden dat ze zich onderscheiden van andere. Daar mag de lat dus best wat hoger worden gelegd.

Ook kunnen we ons onderscheiden in het academisch onderwijs. Dit tweede domein zou in de academie verbonden (moeten) zijn met het onderzoek. Daar ligt, zeker in de bachelor, een stevige uitdaging. Onderwijsinnovaties zijn naar mijn overtuiging nodig om de studenten uit te dagen, bijvoorbeeld door het gebruik van cases of door papers en referaten van de studenten.
De vernieuwing van ons onderwijs vraagt meer tijd en aandacht.

Dan naar valorisatie. Daar gaat het om de maatschappelijke relevantie, om het verzilveren van onze kennis in verbinding met sectoren in de samenleving. Daarbij gaat het overigens niet alleen om economisch gewin, maar ook om maatschappelijke en culturele waarde en “evidence based” werken. Valorisatie leidt wat mij betreft niet tot beperkingen aan de “voorkant” van ons onderzoek, maar vraagt om meer aandacht voor de waarde van de resultaten ervan. In de mens- en maatschappijwetenschappen denken we dan niet alleen aan bedrijvigheid en ondernemerschap maar ook aan zaken als de ontwikkeling van concepten, kwalificaties en profielen, beleidsadvies, input voor wetsvoorstellen en ook aan onderwijs- en trainingsprogramma’s.

Deze drie werkvelden vormen het primaire proces van een universitaire gemeenschap. Dit proces kan niet zonder een hoogwaardig ondersteunend apparaat. Ook in dat opzicht kan het verschil worden gemaakt tussen een goed lopende universiteit en een gewone of middelmatige. Dit vereist een houding gericht op “operational excellence” ten dienste van het primair proces. Een goed samenspel tussen docenten en onderzoekers enerzijds en hun “supporting staff” is veel waard.

2 opmerkingen:

  1. Beste Philip Eijlander, omdat ik van dhr. Verhoeven twaalf dagen geen antwoord kreeg, en toen aan de telefoon met een kluitje in het riet gestuurd werd, heb ik de emails met Verhoeven doorgestuurd naar een aantal kranten. Daar heb ik nog niets van gehoord. In het Tilburgs Dagblad heb ik een reactie geplaatst bij het bericht over u van 27 juni.
    Over uw blog: het is ronkende reclametekst, en bevestigd mijn angstige vermoedens. Niettemin, met vriendelijke groet, Peter van Haren

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Gefeliciteerd voor de inhoud van uw blog, die overigens erg interessant om te lezen, gaan, bravo.

    BeantwoordenVerwijderen