In de academische wereld wordt veel gedaan aan vergelijkend warenonderzoek. Universiteiten worden met elkaar vergeleken. Het kan gaan om prestaties op het vlak van onderzoek, maar ook om de waardering voor het onderwijs.
Deze ranglijsten zijn niet meer weg te denken. Ze spelen een rol bij het keuzegedrag van (internationale) studenten, van onderzoekers en docenten en van maatschappelijke organisaties en bedrijven. Een hoge positie in de ranglijst is goed voor de reputatie en draagt bij aan het “wij-gevoel” in de organisatie.
Er zijn diverse soorten ranglijsten in de Academie. De meest bekende zijn de globale, universiteitsbrede, zoals de Shanghai Jiatong University Ranking en de Times Higher Education Supplement World Ranking. Ze richten zich op universiteiten als geheel, ze werken in het voordeel van de zogenoemde “comprehensive universities” en in het nadeel van gespecialiseerde universiteiten op het vlak van economie, recht de sociale wetenschappen en de geesteswetenschappen.
Er worden appels met peren vergeleken. Bovendien wordt de fruitmand als geheel beoordeeld zonder bloot te leggen wie de toffe peren zijn en waar de druiven zuur zijn. Veel houvast voor het keuzegedrag bieden ze dan ook niet. Studenten hebben er immers niet veel aan om te weten dat de Universiteit van Tilburg als geheel goed is; ze willen weten hoe het is gesteld met de opleiding van hun (mogelijke) keuze.
We hebben behoefte aan meer precieze en specifieke ranglijsten, die zijn toegesneden op de discipline. De Universiteit van Tilburg heeft hieraan recent een bijdrage geleverd met de presentatie van een internationale ranglijst van onderzoeksinstituten op het gebied van economie (zie www.uvt.nl/econtop.)
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

4 reacties: