maandag 16 februari 2009

International Student Barometer. Waar staan we?

Onlangs was ik bij de presentatie van de uitkomsten van de International Student Barometer (ISB). Deze peiling van de tevredenheid van buitenlandse studenten vindt periodiek plaats bij de verschillende Nederlandse universiteiten. Dit keer ging het om de resultaten van de “Summer wave 2008”.
Voor de Universiteit van Tilburg werd aan een kleine 400 studenten gevraagd om hun mening te geven over zaken die met de studie te maken hebben, maar ook over hun persoonlijk welbevinden en de ondersteuning die zij al dan niet ondervinden.
Het aandeel Chinese studenten was het meest omvangrijk in de peiling (24%, in de landelijke peiling 12), gevolgd door de Duitse studenten (15% in de UvT-peiling, 25 landelijk) en als derde studenten uit Turkije (7% UvT, landelijk 3). Het aandeel bachelorstudenten in de peiling was net iets groter dan dat van de master. Driekwart van de bevraagde studenten volgt een programma bij de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen, 16% bij de rechtenfaculteit en 8% bij sociale wetenschappen.
Zijn onze buitenlandse studenten tevreden? Kunnen wij tevreden zijn met de stand van de barometer?
Er zijn inderdaad diverse punten te noemen die tot tevredenheid stemmen. Een percentage van 84% van onze internationale studenten is tevreden over zaken die met de studie te maken hebben, 80% is dat over de eigen leefsituatie en 71% geeft aan tevreden te zijn met de ondersteuning. Onderwerpen die er in positieve zin uitspringen zijn: de inhoudelijke kwaliteit van onze programma’s en van onze docenten, onze bibliotheek, werkplekken en ICT-voorzieningen , de sportfaciliteiten en de veiligheid. Bovendien vind ik het goed nieuws dat we bijna op alle fronten in de lift zitten.
Toch is er geen enkele reden voor zelfgenoegzaamheid. Er zijn ook nog diverse zaken die onze aandacht vragen. Studenten zijn minder tevreden over de “feedback” die zij krijgen van docenten over hun prestaties. Ze zijn ontevreden over de mogelijkheden om werkervaring op te doen tijdens de studie en over de advisering op het vlak van loopbaanbegeleiding. Ook zijn ze zeer kritisch over de mogelijkheden om in Tilburg goede en betaalbare huisvesting te vinden en geld bij te verdienen. Ten slotte vinden onze buitenlandse studenten het lastig om sociale contacten te ontwikkelen met de Nederlandse studenten.
Er is dus zeker nog werk te doen!

dinsdag 10 februari 2009

De aanval op de uitval

Onderdeel van de Strategische agenda voor het hoger onderwijs-, onderzoek- en wetenschapsbeleid “Het hoogste goed” van dit kabinet is dat er bestuurlijke afspraken zijn gemaakt met de Vereniging van Nederlandse Universiteiten (VSNU) en de HBO-raad over het terugdringen van de uitval in het hoger onderwijs en het verbeteren van de studierendementen.
De afspraken met de VSNU gaan over de versterking van de verwijzende en bindende functie van het eerste bachelorjaar, de halvering van de studie-uitval in het tweede en derde bachelor jaar, de verbetering van de rendementen van bacheloropleidingen (70% zou na 4 jaar afgestudeerd moeten zijn) en 10 procent van de studenten zou moeten deelnemen aan opleidingstrajecten naast het standaard programma, zoals een honours programma of een topklas.

Dit zijn stevige afspraken en ambities.
Ik meen dat de universiteiten er goed aan doen om “de handschoen op te pakken”. Er rust een maatschappelijke verantwoordelijkheid op ons om er alles aan te doen om de onnodige uitval te beperken, de rendementen te verbeteren en om studenten die meer kunnen en willen te bedienen.
En als ik spreek over “ons”, dan bedoel ik de gehele universitaire gemeenschap: de bestuurders, de docenten, de studenten en de ondersteunende diensten en bureaus.
Voorspelbaar is dat de docenten zeggen dat de studenten harder moeten werken en dat de bestuurders meer prioriteit moeten geven aan het onderwijs. De studenten zullen vragen om meer inspirerende docenten en activerende werkvormen. Bij de onderwijsvernieuwing zal ook de vraag naar het gebruik van ondersteunende technieken (e-Learning) toenemen.
Gelukkig is het niet nodig om te kiezen tussen deze posities. Het is immers allemaal juist en nodig. De Tilburgse Onderwijsbenadering spreekt niet voor niets over docenten en studenten die elkaar stimuleren en scherp houden.

maandag 2 februari 2009

ReflecT van start!

Op donderdag 29 januari jl. opende ik het startseminar van ReflecT. ReflecT is ons nieuwe multidisciplinaire onderzoeksinstituut op het terrein van “flexicurity”, de arbeidsmarkt en sociale cohesie. Het onderzoek van ReflecT spitst zich toe op de verhouding tussen het belang van een flexibele arbeidsmarkt en doelmatigheid enerzijds en het verschaffen van (werk)zekerheid en goede arbeids- en maatschappelijke verhoudingen anderzijds. Wat is de juiste balans?

Ik heb het aangeduid als “typisch Universiteit van Tilburg”. Onze universiteit kent al een lange traditie op het vlak van onderzoek op dit terrein met bekende onderzoekers als Cobbenhagen, Van der Ven en Veldkamp. Het onderzoek sluit aan bij onze expertise op het vlak van recht en regulering, economische verhoudingen en de sociale wetenschappen. Om werkelijk te begrijpen wat er in onze samenleving op dit vlak gaande is zullen we deze wetenschapsgebieden met elkaar in verband moeten brengen. Een multidisciplinaire aanpak is vereist. Het onderzoek is bovendien niet alleen wetenschappelijk grensverleggend, maar ook maatschappelijk relevant. Dit blijkt nu al uit de brede steun vanuit de samenleving. Tenslotte zal het onderzoek van ReflecT zich niet storen aan de landsgrenzen. Het is sterk Europees en internationaal georiĆ«nteerd.

Prof. Ton Wilthagen, die het nieuwe instituut leidt, is er in geslaagd om zowel Eurocommissaris Spidla, Minister Donner als vooraanstaande wetenschappers naar Tilburg te halen voor dit startseminar.